5 kilo spieren of lager cholesterol: zo verschillend werken vegan en omnivoor op je lichaam

Vegan of omnivoor? Die vraag verdeelt tegenwoordig niet alleen vrienden aan tafel, maar ook wetenschappers wereldwijd. Om deze prangende kwestie nu eens goed te ontrafelen, namen de identieke tweelingbroers Turner – bekend als ‘avontuurlijke proefkonijnen’ – zichzelf drie maanden lang onder de loep. Onder het toeziend oog van onderzoekers van King’s College probeerden ze uit te zoeken wat een volledig plantaardig dieet werkelijk doet tegenover een klassieke omnivore levensstijl. Met hun identieke DNA als ultieme controle wisten ze zeker: wat er ook gebeurt, aan de genen ligt het deze keer niet!

Een strakke methode, twee smaken

De setting? Simpel, maar nauwgezet: twaalf weken, twee broers, twee totaal verschillende menu’s. Hugo werd fulltime veganist, Ross bleef trouw aan zijn gemengde dieet. Ondertussen hielden ze meerdere factoren constant, zoals beweging en slaap, om scherper te zien welk effect alleen het eten zou maken.

Waarom deze aanpak? Zoals Ross het zelf zegt: “We wilden alle vooroordelen uitsluiten en echt tot op genetisch niveau vergelijken.” Hierdoor konden ze keihard gaan meten: gewicht, cholesterol, spiermassa, vetpercentage – alles werd gemonitord. Gedurende de studie hielden de broers vast aan hun rolverdeling, zonder zich te laten verleiden door elkaars snacks (een prestatie op zich!).

Het resultaat op de weegschaal (en de rest van het lijf)

Na drie maanden waren de verschillen tussen de broers zo zichtbaar als een groene smoothie op een barbecuefeest:

  • Hugo (vegan): verloor één kilo, verlaagde zijn vetmassa met een procent en – het meest opvallend – zag zijn cholesterol aanzienlijk dalen. Volgens de onderzoekers hint dit op een mogelijk gunstig effect voor zijn hart en bloedvaten.
  • Ross (omnivoor): kreeg er maar liefst vijf kilo spieren bij. Dat klinkt als muziek in de oren voor krachtpatsers, maar die spierwinst kwam met een prijs: zijn vetmassa steeg ook met twee procent. Zijn cholesterol? Die bleef stoïcijns op hetzelfde niveau.

Oftewel: plantaardig eten lijkt het lichaam af te slanken en het hart te sparen, terwijl vlees en zuivel de spieropbouw bevorderen, maar al snel het vet weleens laten meesnoepen.

Energieboost versus energielek?

Minstens zo boeiend waren de subjectieve ervaringen van de broers. Hugo merkte dat hij tijdens het trainen significant méér energie had. “De eerste twee weken snakte ik naar vlees en kaas. Maar daarna at ik meer gezond spul, zoals fruit en noten. Mijn bloedsuiker bleef daardoor stabiel over de hele dag. Ik voelde me echt energieker,” vertelde hij.

Ross, die in de omnivore kamp bleef, had een tegenovergestelde beleving. Tijdens het sporten voelde hij zich minder krachtig en hij had het gevoel zijn topniveau niet te halen. Een onverwacht resultaat gezien het klassieke idee dat je als veganist misschien ‘iets tekort komt’. Blijkbaar: spieren kweken lukt prima op een gemengd dieet, maar het echte voltage kun je blijkbaar halen uit planten (en noten, en fruit, en nog een worteltje).

Microbenfeestje in de darmen

Last but not least was er het feestje in Hugos darmen. De analyse van zijn microbiota – zeg maar zijn inwendige mini-ecosysteem – liet zien dat de omschakeling naar plantaardige eiwitten flinke veranderingen veroorzaakte. Nieuwe vrienden in de darmen, ander feestje dus.

En die nieuwe darmbewoners kwamen niet voor niets. Volgens de onderzoekers maakten zij Hugos weerstand tegen chronische aandoeningen als obesitas en diabetes type 2 een stuk sterker. Wie had gedacht dat je darmen zo’n goed gezondheidsthermometer konden zijn?

  • Meer plantaardig eten veranderde Hugos darmflora fundamenteel
  • Zijn resistentie tegen bepaalde chronische ziektes bleek daardoor verhoogd

De Turner-tweeling, hoewel maar met z’n tweeën, biedt zo een unieke inkijk in de uiteenlopende effecten van plantaardig versus omnivoor. Zwart-wit is het zeker niet: wie op zoek is naar een slankere lijn en een gezonder hart lijkt baat te hebben bij vegan, wie spiermassa wil boosten kan bijten in de biefstuk. Maar volgens de tweeling is er vooral ruimte voor nuance, en draait het uiteindelijk om je eigen gezondheidsdoelen. Waar je ook voor kiest: hopelijk eet je er met veel smaak én nieuwsgierigheid op los!

Misschien vind je dit ook leuk in "Wat is er nieuw"

Plaats een reactie